Hoofdstuk 08 je kaarsje ging langzaam uit

Maar ook dat werd je teveel. Je sjokte heel traag achter mij aan. Er was weinig meer over van die drukke dominante hond. Loetje, van jou hoefde het leven niet meer. Voorheen kreeg je van iemand in de straat een kluif, op zekere dag kreeg je ook die niet meer weg. Dus kreeg je wat anders, een stukje worst dat kreeg je gelukkig wel weg. Totdat de wandeling naar hun toe ook te ver werd voor jou. Zo slofte je een paar weken door totdat het weer echt fout ging, eten wilde je niet meer en drinken alleen als ik het voor je neus neerzette. Zelfs je stukje worst met pillen kreeg ik er niet meer in. Boontjes, kattenvoer, kortom alles waar je vroeger dol op was lustte je niet meer. Begon je levensvlam te doven? Ik had de dierenarts al gebeld en je kreeg maagzuurremmers, voor drie dagen om te proberen. Je andere pillen moest ik even vergeten voor een paar dagen.dierenarts

 

Loetje loetje ga a.u.b. weer eten. Helaas het ging nog verder bergafwaarts. Blij als je mee mocht was je allang niet meer. Alleen kwispelen dat bleef je doen, maar voor de rest hoefde het van jou niet meer. Als je dan eindelijk weer eens mee ging sjokte je, als een vermoeide oude hond, achter mij aan. Je plaste wat en ging daarna gelijk op de grond liggen, je was heel snel doodmoe. Soms als ik zei “zullen we naar huis gaan”, dan liep je zonder te rusten naar huis, want huis was rusten voor jou. Gelukkig was het in die tijd redelijk weer. En ik kon het niet langer wegstoppen. Helaas, je laatste dagen bij ons waren aangebroken. Zo kon het niet langer, dit kon ik jou niet aan doen. Met elke uitlaat sleepte je jezelf naar huis, dit kon dus echt niet

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*