Hoofdstuk 30 Eindelijk beter

Ja, Joost af en toe een normale kat, maar ik voelde me verre van normaal. Nog steeds kon ik niet normaal lopen, toch maar even proberen. Ik stond op, rekte me even uit en probeerde, zonder om te vallen, een stukje te lopen. Het ging goed, zonder te vallen kon ik tot tegen de tralies van mijn hokje lopen! Dat moest Herman weten. Opgewonden begon ik hem te roepen. Verbaasd kwam even later Herman aangelopen en vroeg waarom ik zo opgewonden was.  Nadat ik het hem had verteld werd ik uit mijn kooitje gehaald en mocht naar de behandelkamer. Ik werd voorzichtig neergezet en zette heel voorzichtig eerst mijn ene en toen mijn andere pootje neer. Heel voorzichtig liep ik, zonder om te vallen, minstens vijftien passen. Na die vijftien passen, hup, daar gingen mijn achterpootjes weer. Vlug krabbelde ik weer op en liep weer een stukje. Herman was, net zo als ik, heel blij dat ik weer enigszins kon lopen.

 

Volgens Herman mocht ik over ongeveer een week weer naar huis naar baasje en Tobi toe. Tjonge, als dat eens waar was, goed het was hier niet onaangenaam, maar er gaat niets boven thuis zijn. De dagen die volgden konden niet snel genoeg voorbij zijn. Elke dag ging het lopen iets beter, totdat ik zelfstandig vijf minuten alleen kon lopen. Dat was waarschijnlijk het moment waarop Herman baasje had gebeld. Ondertussen waren alle poezen en katten naast mij weer naar hun baasjes toe. Alleen Joost was er nog, een heel stuk kaler inmiddels.     Ik had wel medelijden met hem, het was toch wel een vrolijke kater als je hem eenmaal kende. Verwonderd vroeg ik me af hoe het nu verder met hem zou gaan. Een kale kat op een tentoonstelling? Ik denk dat niemand naar een kale kat zou kijken, hooguit nieuwsgierige mensen. Volgens Joost waren zijn baasjes rijk genoeg en zou hij wel naar een soort kattenhotel verhuizen, waar allerlei katten en poezen waren die niet helemaal gezond waren.

 

Eindelijk kwam de dag dat baasje mij kwam halen. Ik hoorde zijn voetstappen al van verre. Het duurde een hele tijd voordat ik eindelijk baasje kon zien, er waren nog een paar patiënten die eerst geholpen moesten worden. Toen, eindelijk, ging de deur open en zag ik baasje met zijn reiskooitje binnenstappen. Heel voorzichtig pakte Herman mij op en zetten mij in de kooi. Als afscheid likte ik zijn hele hand schoon, wat was ik blij dat ik weer kon lopen. En dat alles door de goede zorgen van Herman. Maar goed dat er dierenartsen zijn, en als je Herman treft kon je geen betere treffen! Nadat baasje en Herman hadden afgerekend, wat een boel papier ging van baasje naar Herman, werd ik de lucht in gehesen en ging de frisse lucht in!  Ik zoog mijn longetjes vol met frisse lucht en droomde dat ik al weer met tobi kon rennen.     Toen ik eenmaal thuis was, werd mijn kooitje opengezet en mocht ik, zelfstandig, uit het kooitje lopen. Voorzichtig liep ik mijn kooitje uit en wilde tobi begroeten die al op mij zat te wachten

 

. Maar wat was dat nu, Tobi herkende mij niet en zette een hoge rug op! He tobi ik ben het je huisgenoot kleintje! Maar tobi luisterde niet en wilde niets van mij weten. Verbaasd keek ik naar baasje en plots zag ik dat baasje wist waarom tobi mij niet herkende. Vlug ging baasje naar binnen en kwam even later terug met mijn dekentje! Op dat dekentje sliep ik altijd en tobi mocht daar nooit aankomen. Baasje pakte het dekentje en begon mij met het dekentje helemaal in te wrijven. Nu begreep ik het, dat was een prima idee. De geur van het dekentje kwam zo weer op mij terecht! Ik had, na al die weken in het zaagsel gelegen te hebben, mijn geur helemaal verloren. Nadat baasje mij helemaal had ingewreven liep ik nogmaals naar tobi toe en begroette hem. Voorzichtig snoof tobi mijn geur op en€¦€¦.. begon mij te likken!  Wat was ik blij, nu was ik echt helemaal thuis.  Dolblij als ik was draaide ik mij plotseling om en wilde door het huis rennen. Ik wilde dat dus doen, want nadat ik mijn aanloop had genomen om op de bank te springen wilde mijn achterpootjes niet meer meewerken.Nog net kon ik mij met mijn voorpootjes aan de bank vastklampen en hees mijzelf omhoog.

 

Ik had mij niet bezeerd, gelukkig, maar was toch wel geschrokken. Genezen was ik nog niet helemaal dus. Op de bank ging ik mij helemaal schoon likken en even later kwam tobi lekker bij mij zitten. Gezamenlijk zaten wij ons te wassen en te poetsen alsof ons leven er van af hing.  Af en toe gaf tobi mij een lik over mijn hoofdje ten teken dat hij mij weer herkende als huisgenoot. Baasje ging naast ons zitten, vlug sprong tobi op de rugleuning en begon ook baasje zijn hoofd te likken. Wij poezen hebben veel haar, maar op baasje zijn hoofd was ook veel haar te vinden! Nadat tobi, na veel geproest te hebben, logisch baasje zijn haar was nu eenmaal anders dan poezenhaar, klaar was ging tobi uitgebreid naast mij liggen en keek heel blij naar mij. Ik hoorde dat inmiddels baasje onze voedselbakjes had gevuld en ging op onderzoek uit. Het voedselbakje van tobi was gevuld met normaal€ voedsel en mijn bakje? Jakkes, weer dat smerige spul, voorzichtig sloop ik naar het voedselbakje van tobi.

 

Dat had ik gedroomd dus, nog voordat ik mijn neus boven het voedselbakje van tobi had, was tobi er al bij en duwde mij weg!  Volgens tobi moest ik van zijn voedselbakje af blijven, mijn bakje stond er toch ook? Ook al rook het vreselijk, ik moest eten. Ik dacht aan al het heerlijke voedsel wat wij normaal kregen en, vreemd genoeg, het smaakte ineens anders! Nadat wij onze voedselbakjes schoon hadden gelikt verklaarde tobi waarom ik niet aan zijn bakje mocht komen. Volgens tobi moest ik dat vreselijk ruikende spul eten omdat het voor mij heel goed is en snel weer kracht in mijn achterpootjes zou krijgen. Als zelfs tobi het zegt zal het wel zo zijn, maar die reuk toby jakkes.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*